Volgens Bernard Welten hecht de politie wel degelijk aan privacy (Politie hecht wel degelijk aan privacy, Bernard Welten, Volkskrant zaterdag 10 mei 2008 Forum Pg. 9). Het is aan de ene kant erg prettig om waar te nemen dat iemand bij de politie weer eens nadenkt over privacy, aan de andere kant zal er nog veel moeten veranderen voor de privacy van de burger weer de aandacht krijgt die deze verdient. Ik ben het eens met Dhr. Welten dat het niet gaat om een discussie "veiligheid of privacy" maar het gaat er volgens mij om wanneer "veiligheid" niet meer als reden gebruikt wordt om de privacy van Nederlanders niet te respecteren. De Nederlandse grondwet stelt over privacy in artikel 10: "Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer." Ook uit hetzelfde artikel: "De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens." Natuurlijk botsen deze regels vaak met het kunnen uitvoeren van de politietaak, vandaar dat al direct ruimte is geboden voor uitzonderingen. Maar deze uitzonderingen moeten wel de status van uitzondering houden en als dusdanig behandeld worden. Iedere inbreuk op die persoonlijke levenssfeer moet dus een uitzonderingssituatie zijn die getoetst en gecontroleerd moet kunnen worden om misbruik te voorkomen. De wens van de politie (die vaak in beleid omgezet wordt) lijkt juist te zijn om maar zo veel mogelijk en zonder al te veel controle te kunnen zoeken in gegevensbestanden of deze zelf op te kunnen bouwen. Zo heeft de recherche direct toegang tot een register met gegevens van klanten van telecommunicatie-aanbieders, het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT). De telecommunicatie-aanbieders moeten hier gegevens voor leveren en kunnen op geen enkele manier zien hoeveel er in die gegevens gezocht is, laat staan dat hun klanten hier achter kunnen komen. Volgens de regels van het CIOT mogen alleen geautoriseerde gebruikers zoeken en worden de zoekacties vastgelegd, wat misbruik zou moeten tegengaan. Helaas valt dat in de praktijk tegen, alleen al door de grote aantallen geautoriseerde gebruikers en het ontbreken van een toezichthouder op het CIOT. Ook in de situatie die de recente discussie weer op gang bracht, het vastleggen van kentekengegevens van onverdachte personen, blijkt weer hoe de politie eerst en vooral nadenkt over opsporing en dat privacy pas later in beeld komt. Ook deed de politie deze week een ander voorstel om grote hoeveelheden persoonsgegevens vast te leggen van gebruikers van prepaid-telefoons en internet-cafes met als einddoel het eenvoudiger maken van opsporing. Ook in dit geval was het CBP het niet eens met het voorstel. Als de politie dus aan privacy hecht zou de politie controle op haar eigen inbreuken op de privacy moeten accepteren en haar inbreuken op de privacy moeten beperken tot die situaties waarin er goede, controleerbare redenen zijn om die inbreuken nodig te maken. Ongelimiteerd gegevens verzamelen om later te kijken of er wat nuttigs uit te halen is heeft zoveel schade aan de privacy van burgers tot gevolg dat het directe privacybelang altijd zwaarwegender is dan een eventueel opsporingsbelang. Bronnen: Artikel 10 grondwet http://www.wetboek-online.nl/wet/Gw/10.html "Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT)" http://www.justitie.nl/onderwerpen/opsporing_en_handhaving/ciot/ "Onder de tap: afluisteren in Nederland", Wim van de Pol, Pg. 228 'Internetfraudeurs harder aanpakken' http://www.nos.nl/nosjournaal/artikelen/2008/5/9/090508_aanbevelingen_justitie.html